Bericht

04-12-2010Ad Koppejan: 'CDA maakt moeilijkste periode uit haar geschiedenis mee'

Nederlands Dagblad, 4 december 2010 door Gerard Beverdam en Piet H. de Jong

Het Zeeuwse CDA-Kamerlid Ad Koppejan heeft een roerige tijd achter de rug. Hij keerde zich met collega Kathleen Ferrier tegen de samenwerkingsconstructie met de PVV. Als ‘oprecht christendemocraat’ heeft hij zich echter neergelegd bij de uitslag van het CDA-congres op 2 oktober. Daar ging tweederde van de aanwezigen akkoord met het minderheidskabinet, gedoogd door de PVV van Geert Wilders. Koppejans bezwaren zijn niet weggenomen, ook zijn zorgen niet. Niettemin blijft hij in de fractie volwaardig meedoen, omdat hij vertrouwen heeft in de veerkracht van zijn club.
Ad Koppejan kan daarom het feestje van het CDA wel meemaken. Van die dertig jaar heeft is hij al 27 jaar aan de partij verbonden. Toen hij in 1983 naar Amsterdam vertrok sloot de student politicologie zich aan bij de Gereformeerde Studenten Vereniging én bij het CDJA.

Dat was voor u, destijds als vrijgemaakt gereformeerde jongeman, een heel bewuste keuze?
‘Ja, ik voelde me aangetrokken door het gedachtegoed van de econoom Bob Goudzwaard. Het GPV was toen in mijn ogen nog ‘klein rechts’. De eerste keer dat ik mijn stem uitbracht was op Dries van Agt. Daarna heb ik altijd trouw CDA gestemd vanwege het gedachtegoed. Altijd was er een persoon op de lijst die mijn stem waard was.’
Hoe staat het nu met dat christelijk sociale gedachtegoed binnen het CDA?
‘Dat is nooit weg geweest. We maken nu de moeilijkste periode mee uit de geschiedenis van het CDA. Na het congres zie ik veel betrokkenheid en enthousiasme. In de kern zit het hartstikke goed. Dan doel ik vooral op de ‘C’. Ik raak daardoor geïnspireerd.’

Dat klinkt wel erg optimistisch
‘We moeten natuurlijk wel leren van de fouten die zijn gemaakt. Er liggen twee goede evaluatierapporten, die van het CDJA en die van Léon Frissen. Als fractie hebben we er twee weken geleden een dag over gesproken. Voor ons ligt er een taak een visie te ontwikkelen die aansluit op de vragen van de 21ste eeuw. Bij alle discussies en verschillen die er waren en zijn, is over die drijfveer geen enkel verschil van opvatting.’

De kritiek op de fractie in beide rapporten loog er niet om
‘Dat is waar, Frissen geeft een rake typering van de vorige fractie. We waren te veel bezig met het bij elkaar houden van het kabinet. Dat gaf ons te weinig profiel zodat we flets werden. Pieter van Geel was vooral het oliemannetje. Die opstelling ging ten koste van het eigen profiel van de fractie. Die kritiek moeten we ons aantrekken en ervoor zorgen dat we die fout niet herhalen. Ik heb voorgesteld een A4-tje te maken met daarop: ‘’tien wijze lessen van Frissen’’. Dat is voor ons de uitdaging. Als hele partij moeten we daarmee aan de slag. Ik merk nu al dat we uit het dal aan het klimmen zijn.’

Toch is het CDA hardleers. Het rapport van Frissen is op veel punten een herhaling van de scherpe kritiek die de commissie-Gardeniers in 1994 formuleerde op het ingedutteen technocratische CDA.
‘Dat klopt, ik zat zelf in die commissie. Daarom zeg ik ook: dit is een opdracht aan onszelf om niet weer in dezelfde fout te vervallen. Ik vind dat waarnemend voorzitter Liesbeth Spies de kritische rapporten goed oppakt.’

Wat vindt u van de discussie over de ‘C’?
‘De christelijke grondslag van de partij is onverminderd belangrijk. Dat staat wat mij betreft niet ter discussie. Iets anders is dat we mensen moeten aanspreken op een passende manier. Begrippen als ‘rentmeesterschap of ‘gespreide verantwoordelijkheid’ zeggen veel mensen vandaag niets of weinig. Met die mensen in de samenleving moeten we een brug slaan. Ik ben ervan overtuigd dat de christendemocratische boodschap onverminderd actueel is. Ook al gaan veel mensen niet meer naar de kerk, je ziet toch in de geïndividualiseerde samenleving dat velen zoeken naar zingeving. Bij hen moet het CDA weer aansluiting zoeken. Ik ben daar wel optimistisch over.’

Waar is dat optimisme op gebaseerd?
‘We leven in tijd van onzekerheid. De crisis die we meemaken is niet alleen een economische crisis, er is ook een morele crisis gaande. Mensen zijn steeds verder geïndividualiseerd en losgeraakt van kerken en verenigingen. Dat gaat goed in een tijd van welvaart. Nu wordt het spannend. Je ziet dat er bij velen angst en onzekerheid heerst. Wie komt dan te hulp? Is dat de overheid die alles regelt of de PVV en SP die heel veel beloven? Tussen die uitersten in moet het CDA weer haar eigen antwoord op de problemen van deze tijd neerzetten. Daarbij moet de partij een appel doen op mensen, omdat ze verantwoordelijkheid hebben voor elkaar. Het christelijke dubbelgebod van de liefde, voor God en de naaste, moeten we weer bij de tijd brengen en uitdragen. Dan is het tij te keren.’

Hoe ziet u daarin de rol van de fractie?
‘Wij hebben huiswerk meegekregen. Na het Kerstreces moeten we daar in een weekend op de hei mee verder. Dat is een activiteit in samenwerking met de hele partij. We moeten ons als fractie niet opsluiten op het Binnenhof. We moeten het land in.’

Er was in de evaluatierapporten veel kritiek op het materiële gehalte van het verkiezingsprogramma. Hoe ziet u dat?
‘Het onderscheidende van het CDA zit hem in de immateriële visie van de partij. Natuurlijk is de collectieve lastendruk belangrijk, maar dat vindt de VVD ook. Je verantwoordelijk weten voor toekomstige generaties betekent ook dat je niet alleen kijkt naar de financiële schuld die je nalaat, maar ook hoe je omgaat met natuur en milieu. Duurzaamheid is geen links woord. Op dat punt moeten we een omslag maken. We moeten terug naar de kernwaarden van de christendemocratie. Politiek bedrijven vanuit het hart en niet vanuit de ratio en de macht. Als partij maken we echt een worsteling door. We moeten weer inhoud geven aan onze identiteit.’

Hoe kijkt u terug op deze zomer waarin u een hoofdrol kreeg toebedeeld als ‘dissident’?’
‘Het is gegaan zoals het is gegaan. De partijdemocratie heeft volop gefunctioneerd. Ik kijk met tevredenheid op het congres van 2 oktober terug. Er is een goede discussie geweest en als democraat leg ik me daarbij neer. We gaan er het beste van maken en daarbij zal ik mijn rol vervullen. Dat ervaar ik als een zware verantwoordelijkheid. Want mijn bezwaren en zorgen rond dit kabinet zijn niet weggenomen. De toekomst zal uitwijzen hoe dat gaat. Ik ben geen ‘dissident’, in de fractie doe ik volwaardig mee. Dat verwachten ze ook van mij. Mijn inbreng wordt niet alleen gerespecteerd maar ook gewaardeerd. Ik voel me als een vis in het water.’

Er zijn ook velen die zich teleurgesteld en gefrustreerd voelen
’Ik betreur het als mensen hun lidmaatschap opzeggen. De discussie gaat voort, juist nu moeten we bouwen aan het CDA. We hebben de critici daarbij hard nodig. De stem van de bezorgden wil ik binnen het CDA laten klinken. Zo doe ik mijn werk in de fractie, samen met twintig collega’s. Ik heb geen bijzondere positie en heb ook geen concessies gedaan aan mijn overtuiging.’

 

Berichtenservice

Wilt u op de hoogte worden gehouden van de polls en andere berichten van Ad Koppejan? Schrijft u zich dan in voor de berichtenservice.