Bericht

08-06-2012'Hoezo een loser bij compromis?'

Boerderij Weekend, 8 juni door Jeroen Savelkouls

Nu er geen alternatieven voor het onder water zetten van de Hedwigepolder meer op tafel liggen, lijkt het lot van 300 hectare Zeeuwse landbouwgrond beschoren. Toch denkt Kamerlid Ad Koppejan (CDA) het grootste deel nog te kunnen redden. Een terug- en vooruitblik op een hoofdpijndossier bij uitstek.

Hij is als een wielrenner die op koers ligt om de etappeoverwinning te behalen en dan vlak voor de finish tegen een toeschouwer botst. Zes jaar streed Tweede Kamerlid Ad Koppejan (CDA) voor het behoud van de Hertogin Hedwigepolder. Maar net toen zich een parlementaire meerderheid aftekende voor een alternatief, viel het kabinet en kon dat plan de prullenbak in. Niettemin is Koppejan nog altijd strijdbaar. Dat de Hedwige volledig kan worden behouden gelooft hij niet, maar een groot deel ervan is volgens hem wel mogelijk. “De meest ideale oplossing is onhaalbaar, daarvoor zijn de meningsverschillen te groot”, zegt hij tijdens een gesprek op zijn werkkamer. “Maar het alternatief van staatssecretaris Bleker doet recht aan alle belangen en biedt op korte termijn uitzicht op een einde aan alle discussies. Als Zeeuw vind ik het niet fijn als er een stukje van de polder afgaat, maar ik wil wel een eerlijk verhaal houden. Daar ga ik ook de verkiezingen mee in.”

Toen de Catshuisonderhandelingen mislukten dacht u meteen: daar gáát de Hedwigepolder.

“Ik merkte iets anders. In dit dossier stond ik altijd op één lijn met mijn collega’s van VVD en PVV. Maar op een gegeven moment merkte ik bij de PVV een verandering van sfeer, van minder welwillendheid, van radicaliseren. Ik weet nog dat ik destijds Ger Koopmans (CDA-Kamerlid, red.) aan de telefoon had en hem vroeg: gaat het wel goed met die besprekingen?”

Waarom is het voorstel van Bleker beter dan het oorspronkelijke plan? Er gaan evenveel hectares onder water, het is duurder en in Zeeland is niemand er blij mee.

“Met dit plan wordt de pijn gelijkmatig verdeeld. Bovendien gaat het om gebieden die minder controversieel zijn. Natuurlijk, ook deze variant wordt niet als leuk ervaren, maar het doet minder pijn dan het onder water zetten van een polder die volop in bedrijf is.”

Veel Zeeuwen zeggen: Koppejan heeft zijn rug niet recht gehouden.

“Ik neem mijn verlies, daar schaam ik mij niet voor. Dat is ook weer zoiets: op het moment dat je een compromis sluit, ben je een loser. Hoezo? Hoe kunnen we dit land regeren als we niet bereid zijn met elkaar compromissen te sluiten? Fraai is het niet, en het proces verdient geen schoonheidsprijs. Maar we moeten dit een keer afronden.”

Hoe komt het dat dit proces zo lang heeft geduurd?

“Uiteindelijk had de ontpoldering nooit in de Scheldeverdragen mogen worden opgenomen.”

Is het niet juist u aan te rekenen? U heeft telkens het proces vertraagd.

“Maar het is toch volstrekt legitiem om als Kamerlid op te komen voor je achterban? Bovendien is mijn doelstelling altijd breder geweest dan de Hedwige. Het gaat mij om het natuurbeleid en de omgang met polders in het algemeen. Ik verzet mij tegen de ideologie van tekentafelbiologen, die van polders moerassen willen maken.”

Is het wel kies om de afspraken met andere landen, waar handtekeningen van verschillende ministers onder staan, ter discussie te stellen?

“Op dit punt is er sprake van een misverstand. Toen de verdragen moesten worden geratificeerd, stonden we voor de keuze: de polder eruit amenderen, met als gevolg dat de verdieping van de Schelde in gevaar zou komen, of via een interpretatieve verklaring met Vlaanderen de afspraak maken dat Nederland de ruimte krijgt een andere oplossing te zoeken. Met alle respect, de Vlamingen wisten dus al vroeg hoe wij in deze kwestie staan.”

En toen kwam de Commissie-Nijpels, die alternatieven moest gaan onderzoeken.

“Ik was nog niet zo lang Kamerlid en vrij naïef. Ik dacht: als de Kamer een onafhankelijke commissie wil, komt die er ook. Maar de samenstelling werd volledig bepaald door LNV en ik kan achteraf alleen maar concluderen dat toen al rekening is gehouden met de uitkomst.”

Dat is een stevig verwijt aan toenmalig minister Verburg.

“Daar ben ik ook heel open in. Met Verburg had ik een heel andere relatie over de polder dan met de huidige staatssecretaris; bij haar stond het behoud van de Hedwige niet voorop.”

Eerder heeft u ook het ambtelijk apparaat ervan beschuldigd de ontpoldering te willen doordrukken.

“Ik wil niet alle ambtenaren over één kam scheren, maar als de politiek even niet oplet, kunnen zij meer ruimte nemen dan gezond is. En dus is mijn kritiek ook zelfkritiek; democratie kan alleen functioneren bij sterke bestuurders en volksvertegenwoordigers.”

Waar heeft u dan niet goed opgelet?

“Dat begon al - voordat ik in de Kamer kwam - met het formuleren van de habitattypes, die bij Brussel zijn aangemeld. Dat was heel technisch werk en er zijn nooit grote discussies over gevoerd in de Kamer.”

Niettemin nam Verburg kort daarna het dubbelbesluit: ontpoldering gaat niet door, tenzij.

“Daar zag je dat de Kamer zijn primaat herstelde. Wij organiseerden een hoorzitting, omdat wij niet tevreden waren over het werk van Nijpels. De feiten die toen naar boven kwamen, vormden de basis van dat dubbelbesluit."

En toen had u het idee dat het wel goed zou komen.

“Dat klopt, maar al snel gebeurden er dingen die ik niet had verwacht. Het besluit werd in april genomen en bijna zes maanden later vergaderde de Kamer er voor het eerst over. Dan mag je verwachten dat het kabinet in de tussentijd het nodige heeft gedaan om dat besluit uit te voeren. Niets van dat alles! Dat was een tweede ontluisterend moment voor mij.”

Waarom was er niets gebeurd?

“Vertel mij het.”

De minister wilde het niet.

“Dat is uw conclusie.”

En die deelt u.

“Dat is toch voor iedereen waarneembaar?”

In de tussentijd hebben sommige ontpolderingstegenstanders de strijd opgegeven. Zij vinden het niet verantwoord de onzekerheid te laten voortduren. Is dat nooit in u opgekomen?

“Nee, want het gaat om zaken met een principieel karakter. De opinie van de mensen die ik vertegenwoordig, is niet veranderd. Alleen de omstandigheden.”

Partijen als D66 en GL zeggen: u ontkent de realiteit.

“Laten we nu eens reëel naar deze zaak kijken. Als het kabinet niet was gevallen, had Bleker zijn plannen kunnen uitvoeren en hadden we de zaak nu afgesloten.” Maar het besluit om opnieuw naar een alternatief te zoeken, kende een wankele basis. U was nota bene de meest uitgesproken criticaster van samenwerking met de PVV. “Natuurlijk, daar heb ik vanaf het begin vraagtekens bij gezet. Maar als we gezamenlijk kiezen voor een coalitie, moeten we daar ook het beste van maken. En dat is ook de reden dat ik die passage in het regeerakkoord heb ingebracht.”

In ruil voor uw steun aan deze constructie?

"Daar gaan allerlei verhalen over. Wij hadden destijds een heel vervelende fractievergadering gehad, achter die beroemde deur. Dat wilde ik niet nogmaals meemaken. Toen kwam een CDA-onderhandelaar bij mij langs en ik vertelde hem dat ik niet kon instemmen met de gedoogconstructie. Dat werd begrepen. Toen werd mij gevraagd aan te geven wat ik in het akkoord wilde opnemen over de Hedwigepolder, waarna ik onmiddellijk achter mijn pc ben gaan zitten.”

Dus toch.

“Nee, want ik heb toen gezegd dat dit geen invloed zou hebben op mijn standpunt. En zo was het ook, want ik heb tegengestemd, in de fractie en op het partijcongres. En dat komt omdat er belangrijker zaken in het leven zijn dan het voortbestaan van de Hedwigepolder, zo is het ook nog eens een keer. Dat heeft te maken met dat je als politicus belangen moet afwegen. Ik zit niet alleen voor de Zeeuwen in de Tweede Kamer.”

Klik hier voor het eerste deel van het artikel in Boerderij en hier voor het tweede deel.

Berichtenservice

Wilt u op de hoogte worden gehouden van de polls en andere berichten van Ad Koppejan? Schrijft u zich dan in voor de berichtenservice.